Typologie van een dwarsboerderij
De hoofdvorm grijpt terug op de regionale typologie van de 19e-eeuwse dwarsboerderij, met een voorhuis en een ondergeschikt achterhuis. Waar het voorhuis zich presenteert in gepleisterde grandeur, is het achterhuis uitgevoerd in traditioneel metselwerk, waarmee de vroegere hiërarchie tussen wonen en werken smaakvol wordt verbeeld. In het voorhuis zijn de woonkamer, ontvangstkamer en bibliotheek gesitueerd, en in het achterhuis de ruime woonkeuken met dienkamer en bijkeuken. Authentieke houten kozijnen, keramische dakpannen en ambachtelijke detaillering versterken het tijdloze karakter. Zo verenigt deze villa historische vormentaal, regionale traditie en hedendaags wooncomfort tot één vanzelfsprekend geheel.